Omdat ik zelf geen kinderen heb, richt ik sinds jaren mijn vaderlijke neigingen op mijn neef. Hij is een slimme en talentvolle jonge kerel. Hij hoort qua ervaringen en qua doen bij de jeugd van tegenwoordig. Ik beken ook maar meteen dat ik verwachtingen koester die hij nog niet waar kan maken. Daarom noem ik hem een kerel en nog geen man.

Hij staat echter zijn mannetje als het moet. Toen we in de rechtbank een zaak hadden tegen zijn niet-genoeg-betalende vader, liep hij regelrecht op zijn pa af en wenste hem succes met de komende uitspraak. Een moedige handeling, vooral als je bedenkt dat hij dat op jonge leeftijd niet heeft geleerd. Het was een teruggetrokken en onopvallend kind dat misschien tot niets bijzonders zou uitgroeien.

Ik ben steeds meer onder de indruk wanneer mijn neef en ook andere jongelingen laten zien dat ze een nieuw soort moedigheid bezitten. Ze hebben het vermogen tot verbinden en treden daarmee zonder al te veel vooroordelen andere mensen tegemoet. De jeugd creëert samenvoegingen van talenten en samenwerkingsverbanden die vaak de aard hebben om alles te delen en gericht zijn op plezier hebben, op genieten van wat er gebeurt.

De waanzin van het oude leiderschap om samenwerking te verwringen tot een geldmachine die niets anders oplevert dan overdreven aandeelhouderswaarde en terugkerende burn-outs, in dat soort zaken is de jeugd van tegenwoordig blijkbaar niet geïnteresseerd. Voor zo’n afwijking is moed nodig. Dat zouden de leiders van hen kunnen leren, dus: jong gedaan, oud geleerd!

Je hoort vaak de vraag hoe het toch komt dat mensen allerlei plannen maken en er vervolgens niet veel van die plannen terecht komt.

Een mooi voorbeeld is van een man die in zijn werk, in huis, tuin en auto altijd volkomen gestructureerd en opgeruimd is en er in zijn “geheime werkkamer”, zoals hij dat noemt, een complete chaos op na houdt. Al jaren neemt hij zich voor die kamer ook op orde te brengen, maar als hij er in loopt, weet hij niet waar hij moet beginnen en begint ook niet. Vreemd genoeg is deze hapering, die hem erg frustreert, een uitzondering op zijn gebruikelijke manier van doen.

Wat ik interessant vind in zijn beschrijving is zijn uitspraak: “geheime werkkamer”. Blijkbaar is dat de enige plek in zijn leven waar anderen niet welkom zijn en ook geen invloed hebben. Niemand kan zijn gedrag en de effecten daar gadeslaan of beoordelen. Er is ook niemand die hem aanspoort om nou eindelijk die rotzooi eens op te ruimen. In dat laatste zit volgens mij het probleem.

De chaos in de “geheime werkkamer” representeert de behoefte om eens flink een trap onder zijn kont te krijgen. Want als iemand hem aanspoort en hij voert het uit, dan heeft hij de kans op een schouderklop of een andere blijk van waardering. En daar zou een gemis, een verdriet, een behoefte kunnen zitten. Als hij uit zichzelf zou beginnen, is de representatie weg en daarmee de kans op liefde en waardering.

Dus diep in zijn hart is hij nog steeds dat jongetje dat geen zin heeft, dat wacht tot het moet en dat daarna een complimentje of een snoepje krijgt. Het jammere voor deze man is dat hij die diepe behoefte niet kent en dus aan de oppervlakte zich rot ergert aan zijn eigen onvermogen om zijn kamer op te ruimen.

Van de coach wordt nu impliciet verwacht dat die de beroemde schop onder zijn kont geeft en dan het snoepje. Dat zou het gemakkelijkste zijn, maar de coach kan nooit een gemis goed maken en moet ervoor waken om niet een stand-in te worden. Dan wordt het van kwaad tot erger.

Zaak is nu om deze man te laten beseffen dat hij niet meer een jongetje is, maar een kerel die recht heeft op zijn eigen verdriet, daar doorheen moet en vervolgens als de sodemieter die kamer op gaat ruimen. Of ophouden zichzelf met die rommel te kwellen.

Dus maak een plan: Ruim grondig je verleden op en dan je kamer.

Passie staat voor lijden, de emoties en de hartstochten in een mens. Harmonie staat voor rust, de gelijkmoedigheid en de balans. Het zijn twee fenomenen die niet tegelijkertijd in één mens kunnen huishouden. Bij passie ben je consument, het komt van iets en bij harmonie ben je producent, je doet het zelf. Passie is een gevolg van ongebreidelde gedachten die een storm aan emoties veroorzaken. Harmonie is een gevolg van zelfgekozen gedachten, die een oase aan rust teweeg brengen.

Een voorbeeld van passie:
Een man die net is ontslagen zit thuis op de bank te piekeren. Zijn gedachten gaan vooral de negatieve kant op, waar hij maar niets aan kan doen. De bijbehorende gevoelens bedrukken zijn gemoed. Zijn gepieker maakt hem gestrest en ongelukkig, maar hij doet het iedere dag weer, vol overgave, alsof hij het opzoekt. Zijn passie is gepieker.

Een voorbeeld van harmonie:
Een man die net ontslagen is zit thuis op de bank na te denken. Zijn gedachten vormen een beeld van de toekomst en hij besluit om een plan te maken voor het komende half jaar. De bijkomende gevoelens prikkelen zijn gemoed. Zijn idee maakt hem rustig en blij en hij werkt er iedere dag aan. Hij en zijn plan zijn in harmonie.

Het verschil zit in de bewust gekozen gedachten (in de mindset). Als je zelf je gedachten kiest, dus ze niet zomaar ongebreideld in je hoofd laat komen en vervolgens bewust de intuïtie van je hart volgt, dan heb je een harmonieus leven.

En leef dat dan vol passie.

De impact van sommige gebeurtenissen in ons leven is overweldigend. Levenswendigen zijn het, want je leven is daarna direct anders. Op het moment dat je denkt dat je weer controle op de zaak hebt, voel je dat je zo’n gebeurtenis hebt overleefd en ga je zo gewoon mogelijk verder. Maar eigenlijk is er wel wat aan je veranderd, je bent niet meer dezelfde als ervoor. Na een paar uren, dagen of weken, weet je niet beter en geloof je dat je weer jezelf bent.

Zo drijven we langzaam af van wie we in waren, zonder dat we dat in de gaten hebben. De eerste die het ziet is natuurlijk je eigen moeder, zij weet wie je bent en ze ziet de verandering, al is die nog zo klein. Even later zien anderen het ook, de mensen die veel van je houden en die je goed kennen.

Zelf kan je het natuurlijk nooit zien, er is nog geen camera uitgvonden die zichzelf kan fotograferen. Zo is er ook geen oog geëvolueerd dat zichzelf kan waarnemen. We zien onszelf op een denkbeeldige manier, voor ons geestesoog. Daarom zijn we wie we denken te zijn en daarom zien we onszelf als degen die we denken te zien. Het is een kwestie van blind zelfvertrouwen, met alle gevolgen van dien.

Een mens heeft de neiging om zich te identificeren met dat deel in zichzelf dat denkt. ´Ik denk, dus ik ben´ (cogito ergo sum) zei Descartes al. Dat denk-deel heet het Ego.

Dan is er ook nog een deel in ons waar gevoelens wonen, maar dat is niet het deel waarmee we ons graag identificeren. Dat woont een beetje achteraf. Het wordt vaak ‘het vrouwelijke’ genoemd. Gevoelens zijn overigens sensaties, gewaarwordingen, meer als intuïtie en niet alleen emoties.

De emoties zijn juist weer verbonden met het Ego: de krachtigste innerlijke stem. Kies maar eens een gedachte en de bijbehorende emoties komen er direct achteraan: een puppy, ach goh, vertederd. Of een kwal, he get, afschuw.

Altijd en overal is het Ego aan het praten, aan het beïnvloeden om te helpen, ook als de mens de hulp niet nodig heeft. Het Ego denkt en vindt dat de mens die hulp wel nodig heeft om te voorkomen dat je in zeven sloten tegelijk loopt. Die neiging is er nogal en dat veroorzaakt pijn. Het Ego heeft de functie om de werkelijkheid te analyseren, vervolgens te voorspellen en daarna te beheersen, zodat de pijn niet op je pad komt. De grootste pijn die een mens kan oplopen is op een bepaald moment vast te stellen dat het allemaal voor niks is geweest. Dat je niks waard was, niks waard bent of niks waard zal zijn.

De godganse dag babbelt het Ego dus teksten in ons hoofd, die gevoelens van voorzichtigheid en argwaan oproepen. Waanwoorden tegen de aankomende pijn van het grote niks. Dat moet, als het aan het Ego ligt, een heel leven lang duren. Eén moment van onoplettendheid en je bent gedoemd. Alles moet eraan gedaan worden om dat te voorkomen. Alles, zelfs het zwaarste geschut, dat van de intimiderende onzekerheid.

“Doe het niet, houd je mond, blijf onder het maaiveld”. Als je niks doet, niks zegt en niks durft, dan gebeurt er ook niks.

De cirkel is zo weer rond. Om te voorkomen dat je niks waard bleek, heeft het Ego alles waardoor jouw waarde blijken kon, voorkomen. Geen pijn beleefd, omdat er niks is gebeurd.

Al zijn leven bang om niks, gelukkig.

Het vermoedelijke verschil tussen mens en dier is ons vermogen om te kunnen denken. Wij schijnen als mens een soort van intelligentie te hebben die bij dieren ontbreekt. Die intelligentie zorgt voor ons bewustzijn over wie we zijn, wat de situatie betekent waarin we ons bevinden en welke gevolgen die situatie kan hebben. De crux zit hier in het woordje kan.

Voor dieren is de situatie altijd zoals die zich aandient. Als er gevaar dreigt, dan reageren ze direct en instinctmatig met hun overlevingsmechanismen in vecht- of vluchtgedrag. Een mooi voorbeeld is de storm van 28 oktober 2013. De dieren in Artis wilden ’s morgens niet naar buiten en waren zeer onrustig, blijkbaar omdat ze instinctief ‘aanvoelden’ dat het buiten gevaarlijk werd. Niet het bericht van code rood dat angst inboezemt, maar het feit van aankomende storm was het gevaar. Omdat wij in essentie ook dierlijk zijn, hebben we hetzelfde reactiemechanisme in gevaarlijke situaties: vecht- of vluchtgedrag.

Het grote verschil met dieren is echter tweeledig:

1.  We voorvoelen niet (goed) meer dat er gevaar dreigt. Dat is jammer, maar het wordt tegenwoordig in het algemeen aardig opgelost met allerlei wetenschappelijke hulpmiddelen als rookmelders, zebrapaden en het KNMI. Ingewikkelder wordt het als we met meerdere mensen om tafel zitten en we bespeuren onderling geen onraad als iemand uit die groep op dat moment van zin is kwaad te doen. Daar helpt geen rookmelder tegen, dat merk je pas als het feit zich heeft voltrokken. Bijvoorbeeld als er een vergadering is om met elkaar te brainstormen en achteraf hoor je dat er dan een persoon met de briljante informatie mooie sier heeft gemaakt bij de directie. Of een collega heeft, voor eigen voordeel, jouw vertrouwelijke informatie verdraaid weergegeven bij een belangrijke klant. We voelen die bui nooit hangen en staan steeds achteraf in de kou.

2. Een ander element is dat dieren het gevaar niet vooraf kunnen bedenken. Bij mensen heet dat angst. Angst is een gedachte, die vrees veroorzaakt voor dreigend onheil of gevaar. Het kan wel een echte dreiging zijn, maar het is vaak een denkbeeldige. Gek genoeg treden in zulke denkbeeldige gevallen wel de reactiemechanismen in werking, dus vecht- of vluchtgedrag. Bijvoorbeeld als een vader tegen zijn kind zegt: “als je dat nog eens doet, dan zwaait er wat”. Het kind kan dan zelf bedenken wat er gaat zwaaien en als het iets ergs kiest, leeft het vervolgens met die angst en zal het gedrag gaan vertonen dat gekoppeld is aan vechten of vluchten met het predicaat onhandelbaar.

Wat ons in veel gevallen helpt, is dat we het voordeel gebruiken van onze intelligentie. Als je angst je in een situatie raad geeft, is het beter om daar eerst goed naar te luisteren en er vervolgens met intelligentie op te reageren.

Besef wat echt een gevaar of bedreiging is en welk deel een bedacht gevaar is. Je weet, in het laatste geval, dat je instinctmatige vecht- of vlucht reactie niet de slimste is.

Toen ik van rijbaan wisselde, gewoon met de richtingaanwijzer aan, bleek dat ik daarmee een man zó had gekweld dat hij mij van Utrecht tot aan de Meern van het leven dreigde te beroven door zijn auto als wapen te gebruiken en zijn middelvinger op mij te richten. Ik maakte hem woest en hij mij … bijna.

Soms geeft iemand je een tip of aanwijzing, die je later als toeval ziet en die perfect past in je fase of situatie. Zo gaf Charlotte mij een boekje te leen dat ik erg indrukwekkend vind en daarom met je wil delen.

Leadership & Self-deception* is een kleinood dat je ogen opent voor de diepere oorzaken en oplossingen in de problematische ‘conflicten’ met andere mensen zoals gezinsleden, medewerkers of medeweggebruikers. Als je daarna The Anatomy of Peace* leest vallen je helemaal de schellen van de ogen.

Als leidinggevende is het belangrijk dat je begrijpt en weet hoe de mens in elkaar steekt en hoe hij of zij omgaat met het team op het werk, met het eigen gezin of met de mensen onderweg. Deze boeken helpen daar enorm bij. Je leert nog veel meer over jezelf en je leiderschap, dat is mooi meegenomen. De essentie is: ik zie jou als een mens of als een object, het is een wereld van verschil.

Intussen heb ik leidinggevenden geholpen met o.a. de inzichten uit de boeken en heb ik teams begeleid om beter samen te werken. Ook heb ik een man op de snelweg gered, door te kiezen voor geluk in plaats van gelijk. Die man ben ik zelf.

Hoe Charlotte erbij kwam om juist mij deze tip te geven is mij niet bekend, maar ik ben haar er dankbaar voor.

Een tijdje geleden kwam er een projectmanager in mijn praktijk met een interessante coachvraag. Zo interessant dat hij die zelf niet goed onder woorden kon brengen. Het was dan ook eigenlijk meer een vraag van zijn leidinggevende. Hoe zat dat?

Deze vijftiger werkte al meer dan 30 jaar bij een firma, die laatst was overgenomen door een groot buitenlands concern. Er straalde een volkomen nieuw licht uit het management. Alle leidinggevenden, tenminste diegenen die na de overname hun baan hadden weten te behouden, spraken een vreemde taal. Was het voorheen: “goed gedaan, Wim”, dan moest hij het nu ineens verstaan in de taal van HANU, van “Under-performing naar Highly-accomplished”.

Terwijl hij altijd puik werk had geleverd, was zijn baas bij de laatste beoordelingsronde plots uiterst ontevreden en had gezegd hem te willen motiveren tot veel betere prestaties. “Anders volgden er maatregelen”, werd erbij gezegd. Dat motiveren had geresulteerd in een coachingstraject met de vraag: meer dit …, minder dat …, niet meer zus … en starten met zo … . Op zich mooie coachdoelen opgedragen door zijn leidinggevende.

Voor deze man bleek het zo’n overweldigende opgave, dat het hem uit het lood had geslagen. Hij was meer dan 30 jaar fluitend naar zijn werk gegaan, maar sinds het motiverende gesprek sliep hij slecht, had hij maagklachten en last van angstaanvallen. Vlekkerig en onrustig zat hij voor me. Wat te doen?

We analyseerde zijn wereldbeeld:
1. Hij keek naar zijn baas zoals hij altijd had gedaan: alsof die de wijsheid in pacht had, dus alsof diens oordeel de waarheid was.
2. Hij had zich altijd vol overgave op zijn werk gestort. Nooit had hij erover nagedacht hoe goed hij zelf presteerde. Het ging hem om het werk.
3.Volgens hem was hij ineens niet meer goed genoeg en hing er een dreiging van ontslag boven zijn hoofd. Wist hij dat zeker? Nee, maar zo leek het wel en daarom voelde hij zich zo rot.
4. Hij was niet gewend om feedback als een uitnodiging te zien. Hij bekeek dat altijd als kritiek.
5. Tenslotte was hij zich plots bewust geworden, dat hij te lang te weinig aan zijn eigen ontwikkeling had gedaan.

De conclusie was dat hij zijn baas juist dankbaar moest zijn voor deze manier van “anderen motiveren”. Zolang er hoop is, is er werk te doen. Dit was niet het einde.

Nog een tip voor zijn leidinggevende: neem ook medewerkers, die al heel lang in dienst zijn, mee in het nieuwe leiderschap.

“Your spirit adjusts our reality to your current beliefs”. Deze zin schoot in mijn hoofd, zomaar uit het niets. Wat betekent het?

Meestal hanteren we de opvatting dat de realiteit (dus wat er gebeurt) zich aan ons ontvouwt en we vervolgens daaraan betekenis geven, de vulling van ons geloofssysteem (meningen, overtuigingen etc.). Die vulling noemen we de waarheid., maar deze droomzin impliceert volgens mij een andere, schokkender volgorde.

Je hanteert voor jou geldende overtuigingen (jouw waarheid), die door je geest worden omgezet in of gevormd tot een gezamenlijke werkelijkheid, in wat er voor onze ogen gebeurt. Onze realiteit van alledag is dus een gevolg van de totale bundel gedachtes die we individueel hebben gekozen.

Dus stel dat ik, bewust of onbewust, een heftige angstgedachte heb dan past mijn geest de realiteit zo aan dat die angst ook werkelijkheid wordt. Die werkelijkheid neem ik waar en dat bezorgt mij een idee van: “zie je wel, ik wist het!

Deze zin is een signaal dat wij onze ideeën, meningen en overtuigingen zo kunnen kiezen dat we daarmee een nieuwe werkelijkheid kunnen scheppen. Ook wat moois!


Leiderschap vanuit het vierde brein

  • luisteren naar mensen
  • zorgen voor teams
  • vanuit het hart
  • mensgericht
  • win-win
  • vreedzaam
  • partners

 


Management vanuit het derde brein

  • laten mensen luisteren
  • zorgen dat teams werken
  • vanuit belangen
  • resultaatgericht
  • winst
  • strijdbaar
  • stakeholders